De ramp

                                                                                                                          This page in English

De aanval op de Poelau Bras

Op de dag van de Slag om de Javazee, 27 februari 1942, weet het vrachtschip POELAU BRAS veilig de haven van Tjilatjap te verlaten.  Op 4 maart bereikt ze de Wijnkoopsbaai op Java, ten zuiden van Buitenzorg. 


Twee dagen later komt een detachement van honderd man van de Koninklijke Marine aan boord, waaronder waarnemend Commandant Zeemacht SBN J.J.A. van Staveren. Ook embarkeren functionarissen van de Bataafse Petroleum Maatschappij, bemanningsleden van de Shell en andere S.M.N.-schepen die eerder verloren gingen. Sommigen brengen ook hun gezin aan boord. Maar het schip heeft slechts accommodatie voor 56 passagiers en de chaos aan boord is dan ook groot. 

De Poelau Bras is bewapend met Bofors machinegeweren aan beide zijden in een geschutskoepel en op het achterschip een 10,2-cm kanon. De marinemensen plaatsen na aankomst op diverse plaatsen op het schip nog eens 16 mitrailleurs. 


Op 6 maart 1942 om 20.00 u. verlaat ze de Wijnkoopsbaai met bestemming Colombo (Sri Lanka), waar Vice-Admiraal C.E.L. Helfrich inmiddels aangekomen is om een nieuw hoofdkwartier in te richten. Met maximale vaart wordt de Indische Oceaan opgestuurd om zo snel mogelijk uit de gevarenzone te komen. Maar de volgende ochtend, op 7 maart, verschijnt om 10.30 uur een Japans verkenningsvliegtuig, die de positie van de Poelau Bras doorseint. 

Om 11.40 uur worden twaalf Japanse Aichi D3A Val bommenwerpers gedetecteerd, afkomstig van het Japanse vliegdekschip HIRYU. Verdeeld in drie formaties voeren de vliegtuigen aanvallen uit op de Poelau Bras. Ontsnappen is onmogelijk en een bom raakt een reddingssloep aan stuurboord en ontplofte vervolgens op de waterlijn ter hoogte van de machinekamer. Water stroomt de machinekamer in, waardoor de motor afslaat en het schip stil komt te liggen. Weerloos drijft ze rond, zwaar bestookt door bommen en machinegeweer vuur van de duikbommenwerpers. Een voltreffer slaat recht in de schoorsteen en brand breekt uit. Het tegenvuur heeft weinig effect op de aanvallende vliegtuigen. De gezagvoerder geeft opdracht om het schip te verlaten, maar door het aanhoudende mitrailleurvuur van de bommenwerpers durven veel mensen niet met de sloepen van boord te gaan, maar springen in paniek overboord. 

De bommenwerpers beginnen daarna de reddingboten te beschieten. Meerdere boten worden vernietigd en kunnen er slechts drie ongedeerd gestreken worden, evenals twee vlotten. Als de sloepen nog dichtbij het schip zijn, komt de boeg plotseling omhoog en zinkt het schip snel over de achtersteven weg. Nadat de Japanse vliegtuigen het schip zien zinken laten ze de drenkelingen in zee achter en keren terug naar hun moederschip. 


Het aantal opvarenden is niet met zekerheid bekend, maar wordt geschat op circa 260 mannen, vrouwen en kinderen. 

In de drie reddingssloepen bevinden zich 116 overlevenden, die na respectievelijk 5, 6 en 8 dagen van ontbering de zuidkust van Sumatra bereiken. Na een aantal dagen worden ze op Sumatra gevangen genomen door de Japanners. Per trein gaat de groep naar Palembang, waar ze een jaar in een gevangenenkamp (Mulo school) verblijven. Daarna wordt de groep gesplitst in delen en doorgestuurd naar andere kampen in Singapore (Changi Jail) , Maleisië en Formosa (het huidige Taiwan).  


Bron: Nationaal Archief, inventarisnummer 2.06.084, scheepsverklaring 


In 2012 heeft een van de nabestaanden van Rudi van Es, zijn zoon Rob van Es - bij de 70-jarige herdenking - een roos op het water gelegd op de plaats waar de Poelau Bras ten onder is gegaan. Daarbij was ook aanwezig een vertegenwoordiger van de Shell (BPM). De Marine moest helaas verstek laten gaan wegens ziekte, maar het vervoer werd door de Marine verzorgd. 

De plaatsing van de roos door Rob van Es was dus ook mede namens de Marine. 

Kies voor verdere beschrijvingen van de ramp in het Menu de keuze Documentatie->Artikelen Kranten en tijdschriften

De kaart van het noordelijk deel van Java en het zuidelijk deel van Sumatra.


De rode lijn geeft ongeveer de route aan die de Poelau Bras gevaren heeft en bij X  de plek waar zij door de jagers van de Hiryu tot zinken is gebracht. 

De gele lijnen geven de route aan die de 3 reddingboten gevolgd hebben en de plek waar ze aan land gekomen zijn. 




Een schilderij van Hilgeman uit 1982. Het staat op de website van van der kuijl  (https://vanderkuijl.eu/2020/04/18/de-ondergang-van-de-poelau-bras/) Mooi gemaakt. Er staan 5 reddingboten op met passagiers. Er waren er echter maar 3 die weliswaar lek, maar goed genoeg waren om overlevenden aan boord te nemen. De rest is door de Japanse jagers bij het bombardement vernietigd. Bovendien was de zee een stuk ruwer dan op het schilderij is weergegeven.